Agenda

september 2010
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 1 2

Bezoekersteller

Bezoekers [+/-]
Vandaag:
Gisteren:
Eergisteren:
193
219
212

+7

Totaal bezoekers
Sinds 1 mei 2009 183 999
Totaal 192 474
Geef ons heden ons dagelijks Nieuwe Leren!

Eén van de hinderlijke eigenschappen van gelovigen is dat ze in het algemeen niet luisteren naar argumenten die niet in hun straatje te pas komen. Of je nu te maken hebt met aanhangers van de genadeleer van Marx en Lenin (hier en daar kom je die nog wel eens tegen), van de Mac-computer of van het competentiegericht leren, met vegetariërs, aanhangers van de Partij voor de Dieren, rabiate atheïsten van het type Richard Dawkins of volgelingen van een van de grote wereldgodsdiensten, zij hebben allen hun eigen wijsheid in pacht en hebben zich gepantserd tegen argumenten van opponenten

Wel beschouwd is dat natuurlijk ook begrijpelijk: waarom zouden ze luisteren, ze hebben immers hun geloof. Maar het maakt een gesprek vrijwel onmogelijk. En heet heeft beslist voordelen om een gesprek met een gelovige uit de weg te gaan: het scheelt een hoop tijd (tijd waarin je bijvoorbeeld een goed boek kunt lezen) en je bloeddruk wordt niet onnodig verhoogd. Maar en kleeft wel degelijk een bezwaar aan. Het zwijgen kan maar al te gemakkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd. Het kan worden aangezien voor respect, en daarmee voelt de gelovige zich gesterkt. Maar respect is alleen passend wanneer de gelovige op zijn eigen plaats blijft. Zodra hij de grens overschrijdt en binnentreedt in jouw huiskamer, het zij met springstof, het zij met brochures, dan is respect niet meer aan de orde en dient de binnendringer te worden bestreden.

Evenmin kan het zwijgen (het vermijden van een zinloze discussie met een gelovige) altijd worden uitgelegd als desinteresse. Soms kun je inderdaad je schouders ophalen; een zinvol criterium is daarbij of de gelovige al dan niet kwaad doet. De aanhangers van de Mac-computer, bijvoorbeeld, richten bij mijn weten geen onherstelbare schade aan. Maar de adepten van het Nieuwe Leren (ook in de minder agressieve variant) vernietigen op den duur het onderwijs, en verstandige mensen zouden zich daartegen moeten verenigen.

 

De ware gelovige is zozeer overtuigd van zijn gelijk (veel meer dan de vaak toch wat wankelmoedige ongelovige) dat hij zich in het geheel niet kan voorstellen dat wie kennis neemt van de leer, die niettemin blijft afwijzen. De leer kennen is de leer aanhangen, zoals Karel van het Reve in het geloof der kameraden op onnavolgbare wijze heeft aangetoond voor de aanhangers van de communistische heilsleer. En wie de leer niettemin blijft afwijzen wordt beschouwd ofwel als bijzonder dom ofwel als bijzonder slecht.

Daarom willen aanhangers van diverse vormen van onderwijsvernieuwing ook altijd dat je komt kijken op hun scholen om met eigen ogen te constateren dat alleen langs hún geloof de juiste weg leidt naar de educatieve waarheid. Of ze proberen je een cursus op te dringen bij een van hun verzuilde studiecentra.

 

Dit alles bedacht ik na het lezen van een hilarisch artikel van mevrouw Lizzy Tabbers, senior adviseur bij de KPC-groep (Volkskrant 11 januari 2007).

Vooropgesteld zij dat het heel goed is, dat dit pamflet in de krant is verschenen, want nu kunnen ook mensen van buiten het onderwijs met eigen ogen lezen wat voor wartaal er in kringen van het KPC (maar niet minder overigens binnen die andere pedagogische studiecentra) wordt uitgeslagen. Zó erg is het inderdaad.

Het artikel is typerend voor de denk- en redeneertrant van de sektariër. Het opent met een bezweringsformule, van het type dat je in die kringen al decennia lang tegenkomt: er valt al helemaal niet meer te kíezen, schrijft mevrouw Tabbers, het Nieuwe Leren kómt er gewoon. We hebben te maken met "een historisch proces dat zich veel meer áán ons voltrekt dan dat wij het zelf sturen." In dit verband brengt de schrijfster het begrip paradigma shift in, een fantastische, betekenisloze term, die door de combinatie van twee woorden uit vreemde talen heel erg geleerd oogt.

Na de inleidende alinea gaat de trukendoos helemaal open: uitspraken die op geen enkele manier met argumenten worden onderbouwd ("willen leidt tot diepgaander kennis dan moeten" of "feitenkennis veroudert tegenwoordig snel"), taalkundige geintjes ("Homo Zappiëns"), een grote gelijkhebberige arrogantie ("ieder weldenkend mens ziet dat deze intelligente kinderen zo veel méér hadden kunnen leren bij een activerend, betekenisvol en meer zelfsturend onderwijsaanbod`) en, vanzelfsprekend, een diepe haat tegen intelligentie, geformuleerd in de vorm van een karikatuur van de gymnasiumleerling (Zíj krijgen volgens mevrouw Tabbers "twee boodschappen: Als je je niet gedraagt zoals wij willen, ga je maar naar een gewone school. Als je je wel gedraagt zoals wij willen, dan mag jij je straks ook verheven voelen.")

 

Het artikel brengt de lezer in de verleiding ofwel om de redenering met argumenten te weerleggen, ofwel het stuk terzijde te leggen als waanzinnig (wat het natuurlijk ook is) en over te gaan tot de orde van de dag. Het eerste is zinloos, het tweede is onverstandig.

Redeneren met een gelovige heeft geen zin. Karel van het Reve merkt in het eerder genoemde geloof der kameraden droogjes op dat "feiten (...)  nog nimmer een geloof aan het wankelen [hebben] gebracht." En overigens zou het nog een hele toer zijn om alle beweringen in het artikel te weerleggen, want waar moet je beginnen?

Maar het artikel terzijde leggen als ongevaarlijk is niet verstandig. In dit verband is het van belang erop te wijzen dat aanhangers van het Nieuwe Leren overal in het onderwijsveld zijn geïnfiltreerd. Sla een willekeurige brochure op van één van de pedagogische studiecentra (op algemene, protestants-christelijke of rooms-katholieke grondslag) of bezoek een pedagogische academie waar ook in het land en je kunt dat feit met eigen ogen bevestigd zien. We moeten de sekte serieus nemen.

In het Nederlandse onderwijs heeft zich in de afgelopen decennia een revolutie voltrokken, en zoals na de meeste revoluties, is een restauratie niet eenvoudig. Straks zal een nieuw kabinet één miljard extra investeren in het onderwijs. Waar gaat al dat geld naar toe? Toch niet weer naar onderzoek door één van die studiecentra, mogen we hopen, of naar nieuwe inspirerende onderwijs-experimenten. Mag het misschien een keer naar salarisverhoging voor docenten die bereid zijn (dat moet dan wel een harde voorwaarde zijn) om zich vakinhoudelijk op een ouderwets degelijke wijze te laten bijscholen?

Misschien zou dat een begin kunnen zijn,