Agenda

september 2010
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 1 2

Bezoekersteller

Bezoekers [+/-]
Vandaag:
Gisteren:
Eergisteren:
114
212
229

-17

Totaal bezoekers
Sinds 1 mei 2009 183 701
Totaal 192 176
Het pad

1.

De nieuwe aaneengeschakelde route langs de oude Grebbelinie, ongeveer 75 kilometer door de Gelderse Vallei, kun je in drie dagen lopen; 't mag ook in tien dagen, want je kunt op verschillende plaatsen instappen. Je kunt hem zelfs ook fietsen.

Ik voor mij zal lopen, drie niet al te zware etappes zijn het: de eerste van Rhenen tot halverwege de Slaperdijk, de tweede tot aan de zuidkant van Amersfoort, en de derde via Soest en Baarn, langs de Eem naar Spakenburg. In maart van dit jaar, gelijktijdig met mijn boek Oorlog in je achtertuin, is een gidsje verschenen geschreven door Bert Rietberg. Hem heb ik leren kennen als expert bij uitstek van het gebied en de geschiedenis ervan. Als geen ander heeft hij mij er wegwijs gemaakt en ik heb grote bewondering gekregen voor zijn onuitputtelijke kennis. Nu heeft hij die kennis (althans een deel ervan, naar ik aanneem) neergelegd in zijn wandelgids. Dat doet hij op een haast terloopse manier, overzichtelijk geordend, met kleine uitstapjes van de doorgaande route af naar verschillende bezienswaardigheden.

Op 15 april reis ik met de trein naar Rhenen, rugzak en wandelschoenen zoals vanouds. Langs het perron loop ik naar rechts, in zuidelijke richting, tot ik de eerste markeringen aantref in blauw/groen, een kleurcombinatie die in het begin moeilijk herkenbaar is omdat die wat wegvalt tegen de natuurlijke omgeving (maar je oog oefent zich al lopende). Ik word naar het oosten gevoerd, onder de Grebbeberg langs en dan omhoog, weg van de rivier dwars door het oorlogsgebied van mei '40. Als je meer weet van de geschiedenis dan zie je meer, en omgekeerd.

En vrijwel ogenblikkelijk is de wandelsensatie daar weer; ik vraag me af waar het zo plotseling vandaan komt. Is het de inspanning, iets verzwaard nog door mijn rugzak? Is ‘t het tempo dat iets naar beneden gaat als ik de berg bestijg, of de wetenschap dat ik enige dagen achtereen van huis zal zijn en straks zal overnachten in een pension of hotel langs de weg? Of is het misschien wel het toegeven aan wat twee jaar geleden (toen ik naar Rome liep) tenslotte de vorm aannam van een milde verslaving. Ik weet het alles niet, maar ik herken het gevoel en ik voel me er mee ingenomen.

Tegen de middag bereik ik, na een verrukkelijke wandeling over de Grebbeberg tot voorbij de erebegraafplaats en Ouwehands dierenpark, en na een lange mars langs de Grift, de zuidoostgrens van Veenendaal. Ik ben niet erg dol op de entree van een stad, welke stad waar dan ook. 't Is altijd een inbreuk op de stilte en een hinderlijke inperking van het uitzicht. En ik heb nogal eens de neiging om te verdwalen in de mij onbekende straten en tussen de woonerven die overal ter wereld identiek lijken. Mijn binnenkomst in Veenendaal vormt wat dat aangaat geen uitzondering op de regel. De stad bevalt me maar matig, te modern, teveel op de auto gericht, geen sfeer. 't Zal wel een onrechtvaardig oordeel zijn- dat moet dan maar. Ik ben blij dat ik, na een korte pauze op een terras, waar de koffieprijs me nèt iets te hoog is, verder kan, voorbij het werk aan de Rode Haan langs het fort aan de Buursteeg, over de Slaperdijk tot dicht onder Renswoude. Daar wil ik overnachten. Maar het adres voor Logies & Ontbijt zit vol. Ik neem een bus naar Scherpenzeel en overnacht in De witte Holevoet, waar ik weet dat het eten goed en de bediening prettig is.