| 5. Wie met boeken omgaat. |
|
Bij het kopieerapparaat van de KB kom ik een bekende uit een ver verleden tegen: een man in een witte jas spreekt mij aan bij mijn naam - even ben ik in verwarring omdat ik op deze plaats geen medisch specialist verwacht. Hij blijkt restaurateur te zijn. Aan het begin van het studiejaar 1973-'74 (het kan ook een jaar later geweest zijn) werd op het Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam een introductie voor aankomende eerstejaars studenten georganiseerd; van een intreeweek zoals die tegenwoordig bestaat (gepaard aan een grote herrie op straat en ongebreidelde openbare dronkenschap), was nog in de verste verte geen sprake. Wel kwamen er ieder jaar meer nieuwe studenten aan, en die moesten worden opgevangen. Ik was één van de studentbegeleiders en moest, in samenwerking met een van mijn jaargenoten, drie eerstejaars wegwijs maken in het instituut. We discussieerden op een avond heftig over de politiek. Het was de tijd van het Open-Asva-werkcomité, de historische club Histomat (ik verzin het niet), en bij tijden ook een dreigende bezetting van het Instituut. Ik had mij al vroeg geprofileerd als een onverbeterlijke reactionair die zich, zij het uit domheid of uit slechtheid, verzette tegen de onvermijdelijke revolutionaire loop van de maatschappelijke ontwikkeling. Eén van de nieuwe eerstejaars (niet de tegenwoordige restaurateur, meen ik) maakte zich bekend als een aanhanger van de Marxistische heilsleer. Er ontstond een ruzieachtige sfeer in het café. Het gezicht van de man in de witte jas herken ik, en als hij zijn naam noemt, dan weet ik het direct. We maken een praatje en hij geeft me advies over nog enkele interessante teksten. Enkele dagen later komt hij mijn kamer binnen met een aantal signaturen die hij voor me gevonden heeft. Eén van zijn suggesties klinkt fascinerend: De Vermakelyke Haagsche Reize of 't Geselschapje van Sessen Bestaande in Drie Heeren, twee Juffers, en een Boer. Varende met de Trek-Schuiten van Amsteldam over Haarlem en Leiden na den Haag. Uitgegeven te Alkmaar, bij Simon van Hoolwerf, in 1731. Het depot blijkt steeds weer nieuwe en bijzondere bewoners te hebben. donderdag 29 april |